Wet DBA, 5 jaar later

Wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie) is een doorn in het oog voor zowel de opdrachtgever als de ondernemer. Sinds de aankondiging is er meer onduidelijkheid gecreëerd dan helderheid. Waar komt die onduidelijkheid vandaan en waar staan we 5 jaar later?
In 2016 is de Wet VAR vervangen door de Wet DBA waarmee schijnzelfstandigheid zou moeten worden voorkomen. Daarbij heeft deze wet als doel meer duidelijkheid te verschaffen over de positie van de ZZP’er ten opzichte van die van een werknemer. Door deze wet gaan de opdrachtgever en opdrachtnemer modelovereenkomsten aan waarin de werkrelatie wordt vastgelegd.

Echter, blijkt dat in de praktijk Wet DBA juist minder rust geeft en vooral zorgt voor onduidelijkheid en dus niet de resultaten produceert waar het kabinet op had gehoopt. Het Kabinet Rutte-III heeft dus besloten de wet te vervangen. Het streven was om per 1 januari 2021 de nieuwe maatregelen in te laten gaan maar tevergeefs. Logischerwijs, gezien de huidige situatie omtrent Corona, heeft het Kabinet Rutte-III besloten dit aan het volgende kabinet over te laten na de verkiezingen in maart 2021.

De Wet DBA zou duidelijkheid moeten geven over de positie van een ZZP’er. Er wordt dan gekeken naar de gelijkenissen tussen een zelfstandig ondernemer en een werknemer. Met deze wet kan een opdrachtgever en een zelfstandig ondernemer een zogenaamde modelovereenkomst aangaan. In deze modelovereenkomst wordt de opdracht relatie vast gelegd en is goedgekeurd door de belastingdienst. Hiermee is er zekerheid over de gevolgen van loonheffing.

Het is vanzelfsprekend belangrijk en ook het doel van deze wet dat de opdrachtgever niet als werkgever wordt aangemerkt. Hij dient dan ook toe te zien dat de opdrachtovereenkomst feitelijk wordt nageleefd. Helaas is dit in de praktijk vaak erg lastig en zijn er tal van voorbeelden te noemen waar de ZZP’er eigenlijk een verkapte werknemer is geworden. Hij werkt dan fulltime voor maar één opdrachtgever en is dus volledig in dienst met een arbeidsovereenkomst.

Er mag dus geen sprake zijn van een dergelijke constructie. De overeenkomst wordt een arbeidsovereenkomst genoemd wanneer het voldoet aan drie elementen:

  • Loon
  • Persoonlijke arbeid
  • Gezagsverhouding

Het element “gezagsverhouding” is waar op dit moment de onduidelijkheid vandaan komt. Het onderscheid tussen zelfstandig ondernemerschap en het werken in loondienst geeft op dit moment veel verwarring en onzekerheid.

De reden van het veranderen van deze wet is omdat het gewenste effect, het aanpakken van schijnzelfstandigheid, uitblijft. Zolang de opdrachtgever en de zelfstandig ondernemer zich netjes en zodanig gedragen is er geen probleem, maar dat is niet de reden van deze “nieuwe” wet. Als de opdrachtgever en opdrachtnemer feitelijk als een werkgever en werknemer worden aangemerkt kan de opdrachtgever door de Belastingdienst worden geconfronteerd met enorme naheffingen en premies. Echter, het handhaven van deze wet blijkt moeilijker en gecompliceerder dan gedacht.

Per 1 januari 2020 handhaaft de Belastingdienst meer bij opdrachtgevers. Dat houdt in dat er correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen opgelegd kunnen worden, eventueel met straf in de vorm van een forse boete. De Belastingdienst handhaaft tevens alleen als ze de opdrachtgever als kwaadwillend zien of als de opdrachtgever de aanwijzingen niet opvolgt.

Kwaadwillend houdt in dat de opdrachtgever opzettelijk een situatie van duidelijke schijnzelfstandigheid laat ontstaan of voortbestaan terwijl de opdrachtgever wist van een feitelijke dienstbetrekking. De Belastingdienst kan dan bovenstaande aanslagen opleggen waar ze moeten bewijzen dat er inderdaad sprake is van “schijnzelfstandigheid”.

Wanneer er geen sprake is van kwaadwillendheid, maar wel van “fictieve” dienstbetrekking zal de Belastingdienst nog steeds handhaven. Ze zorgt dan voor aanwijzingen zodat de opdrachtgever de arbeidsrelatie zo vorm kan geven dat er sprake is van werken buiten dienstbetrekking. Een ander advies is om de werkrelatie te verwerken in de jaarlijkse aangifte. Hier geeft de Belastingdienst meestal drie maanden de tijd voor.

Is er geen sprake van één van de twee bovenstaande situaties? Dan zal de handhaving worden uitgesteld tot 1 oktober 2021. Op deze datum zal het nieuwe kabinet nieuwe wet en regelgeving invoeren die de Wet DBA zal vervangen. Het streven om 1 januari 2021 de nieuwe wet in te laten gaan is helaas door de Corona pandemie niet behaald.

Wel is per 11 januari de webmodule, als pilot, online gegaan waar de opdrachtgever duidelijkheid kan krijgen naar aanleiding van een online vragenlijst. Met deze module wordt duidelijk of ze de professional als ZZP’er kunnen inhuren. De vragenlijst kan je vinden op https://startvragenlijst.nl/pilotwba. Deze vragenlijst is bedoeld voor de opdrachtgever en niet voor een zelfstandige.

Het invullen van deze vragenlijst duurt volgens de toelichting 45 minuten en is niet verplicht bij een inzet. Aan de uitkomst kan dan ook, gedurende de pilotfase, geen rechtszekerheid worden ontleend.Het invullen van de vragenlijst geeft één van de drie volgende antwoorden:

  • Er kan “buiten dienstbetrekking” gewerkt worden:
    De opdracht kan door de opdrachtnemer als zelfstandige worden uitgevoerd. De opdrachtgever krijgt daarvoor een “opdrachtgeversverklaring” die na de huidige pilotfase ook zekerheid biedt.
  • Er is een “indicatie dienstbetrekking”.
    Onder de huidige aangegeven omstandigheden kan er waarschijnlijk niet gewerkt worden met een zelfstandige. De oplossing die eventueel kan worden gebruikt is om de werkwijze te veranderen, iemand volledig in loondienst aan te nemen of om iemand te werven via een uitzendbureau of via detacheringsconstructie.
  • Er is “geen oordeel”.
    Er is te veel onduidelijkheid en de opdracht zit in een grijs gebied. Een twijfelgeval waar de webmodule meer duidelijkheid kan bieden door een advies te geven.
Het plan van het kabinet is dat wanneer de testfase is afgelopen en de webmodule definitief wordt ingevoerd, de online tool zekerheid geeft. De verklaring die de opdrachtgevers ontvangen, de zogenaamde “opdrachtgeversverklaring”, geeft dan zekerheid zodat de opdrachtgever geen loonbelasting en premies hoeft te betalen. Dit betekend wel dat de webmodule naar waarheid ingevuld is en in de praktijk ook gehandeld wordt conform de ingevulde webmodule. Tijdens de huidige pilotfase kan er nog geen juridische status worden ontleend aan de uitkomst van het invullen van de webmodule. De tool kan dan ook alleen anoniem worden ingevuld.

Bij WIBA IT houden we de veranderingen op dit gebied sterk in de gaten. Ook op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen of heb je vragen omtrent dit onderwerp? Volg ons dan op onze Social Media kanalen via LinkedIn en Facebook. Mocht je nog vragen hebben naar aanleiding van dit stuk? Neem dan contact met ons op via 010 – 840 9999 of door een berictje naar ons te sturen .

    Door hieronder op verzenden te klikken, geef je toestemming aan WIBA IT om de hierboven ingediende persoonlijke informatie op te slaan en te verwerken om je van de gevraagde inhoud te voorzien.